Soortgenoten
22 mei 2024 - Farmington, Missouri, Verenigde Staten
Ik ben tot nu toe 3 soortgenoten tegengekomen. De eerste was nog in Kansas, ergens in de namiddag. Een lange man. Hij fietste tegen de zon in en was helemaal ingepakt, behalve z’n benen. Heel mooi bruin en gespierd waren die. Het wakkerde de fantasie aan over hoe de rest eruit zag. De tweede keer was een mevrouw van, ik denk, mijn leeftijd. We kwamen elkaar tegen in Alley Springs, MO. Ook zij fietste naar het westen. Haar fiets leek een binnenstebuiten gekeerde pipowagen. Vlaggetjes, touwtjes met dingen eraan en het rammelde en piepte gezellig. We hebben naar elkaar gezwaaid. De derde keer was snel daarna. Weer een man.
Gisteren tussen Summersville en Ellington had ik de City Hall gebeld en ene Amy vertelde me dat er een gratis hostel voor fietsers was op Main Street ‘behind the pavilion. You won’t miss it.’ Er kwam een mevrouw naar me toe die me vertelde waar ik moest zijn, omdat ik verkeerd fietste. Toen ik de pavilion had gevonden, vroeg ik de man die op z’n balkon zat met luide muziek en een blaffend hondje of hij wist waar precies de plek was. ‘It’s here, it’s …’ uitstrekbewegingen met de armen, ‘… everywhere.’ Dat was Sean. Hij had zijn intrek al genomen. Zijn fiets stond binnen, stretcher voor hond, stretcher voor zichzelf en overal spullen. ‘If you want me to make some room …’.
Ik besloot in de tent te slapen.
Sean fietste al jaren. Hij wilde 22000 kilometer maken, want elke dag maken 22 oorlogsveteranen zichzelf van kant, zo zei hij. Hij vertelde hoe (met harde wind, met hagelstenen als kastanjes, met tornado’s; met opzet aangereden, een hitteberoerte oplopend, …) en waar (de woestijn van Californië, de Rocky Mountains, ‘… you know, I know this country’, …) hij allemaal wel niet gefietst had. Daarbij altijd een kar achter zich aantrekkend met hondje Rody erin, geluidsboxen, koelboxje, eten voor Rody en zichzelf, kleren voor beide, reparatiekit … van alles.
Dat hondje was wel leuk.
Sean lulde aan één stuk door over zichzelf. Onder andere over het feit dat hij ‘s avonds om 8 uur naar bed ging en om 3 uur opstond om om 7 uur weg te kunnen (ik heb ‘s ochtends lang werk, maar vier uur voordat je wegkan …?!) ‘to beat the heat.’
‘When the sun is behind that tree, I’ll go to bed. It’ll take thirteen minutes, I tell ya.’
Ik keek ernaar uit.
Hij rookte achterelkaar door en gooide de sigarettenpeuken over de balustrade in het gras. Ik sprak hem erop aan. ‘Oh yeah, you’re right. I’ll clean it up for you.’ Voor mij …! Mag je gratis slapen en douchen in een dorp, laat je je rótzooi achter. Er stonden overal prullenbakken!
Waarschijnlijk door de weed, konden de dertien minuten volkomen geestesverruimd geïnterpreteerd worden. Hij heeft nog een uur zitten raaskallen.
Hij heeft z’n troep in het gras laten liggen. Heb ik vanmorgen weggehaald. Toen ik naar binnen liep om mijn eten uit de koelkast te halen, zag ik dat Rody op de vloer geplast had. Heb ik opgeruimd.
Geen geloofwaardige ambassadeur voor getraumatiseerde oorlogsveteranen. En ook niet voor de fietser. Geen soortgenoot.
Het fietsen vind ik niet zo leuk momenteel, dus ga ik niet over uitweiden. Ik ben nog steeds in de Ozarks en het is al drie dagen heel zwaar. Ik stap nu en dan af, omdat ik de heuvel niet opkom. Gisteren en eergisteren was het hartstikke heet. Vandaag was het lekker koel. Dat scheelt. Maar ik ben de Ozarks zat.
Mijn doel voor vandaag heb ik gehaald: Farmington. Ik had er rekening mee gehouden dat ik eerder zou stoppen en in één van de State Parks zou kamperen. Die zijn er hier veel, maar ik heb het volgehouden.
Sheriff en politie waren vanmiddag niet te bereiken. Eenmaal in de stad, heb ik een jongeman gevraagd of hij wist bij wie ik moest zijn om te vragen of ik in het City Park mocht slapen. Bij de Sheriff. Die kon ik vinden op het gevangenisterrein. Altijd aanwezig.
Een lange laan met aan de ene kant hoge rollen prikkeldraad langs het enorme gevangeniscomplex leidde naar de Sheriff’s department. Ik zag de inmates in de verte buiten lopen.
Een vriendelijke, bolle man, vertelde dat hij een ex-vrouw uit Utrecht had, toen hij in de wacht stond bij collega’s die de details opzochten over waar ik naartoe kon.
Nu zit ik alleen in de vroegere politiegevangenis North Franklin Street. Het is nu een fietshostel. Een luxe! Er is hier een wasmachine, een droger, douches, bedlinnen, handdoeken, koffie, beetje eten. Er hangen fietsen aan het plafond, fietstruien in lijsten aan de muur; er staat een groot bankstel, spelletjes in de kast enzovoort. Ook een tv, maar die krijg ik niet aan de praat.
Ik zal m’n was uit de droger halen. Vanavond hoef ik het niet te gebruiken, maar toch een fijn vooruitzicht dat ik morgen een schoon laken en slaapshirt heb.
Al is het mogelijk dat ik er met het zweet van een hele dag fietsen in moet.
Morgen moet ik Chester halen. Dat is 46 mijl. Er zit niks tussen, waar ik kan slapen.
Daarna wordt het even spannend. De route gaat 15 kilometer over highway 3 langs de Mississippi. Dat schijnt een drukke weg te zijn met veel verkeer, zwaar verkeer en weinig shoulder (vluchtstrook). Ik ga dat niet doen. Ik zal kijken of ik in Chester een lift kan krijgen naar Cora.
Misschien lukt dat morgen al en anders is die uitdaging voor donderdag.

Mooi, je verhalen!
Sterkte!!🚲
Zet m op, Bo💪