Was
8 juni 2024 - Radford, Verenigde Staten
Ik ben nu een ruime week in de Appalachen. Niet echt grappig.
Wel mooi. Heel mooi. Bergen in verschillende kleuren groen, stoomwolken stijgen op, dorpjes bovenop en onderin de dalen.
Het weer is minder. Vanaf Rosedale, dinsdag geloof ik, heb ik ‘s middags flinke buien gehad. De gemiddelde, dagelijkse afstand is aan het dalen. Ik mis Mart, mijn familie en het feit dat de helft begin juni jarig is, maakt het erger.
Maar ja, ik heb hier zelf voor gekozen. Dat zeg ik ook tegen mezelf als ik wéér een klim heb die ik eigenlijk niet aankan. Niet aanwil. Niemand heeft tegen mij gezegd dat ik dit maar’es moest doen. Ik kan alleen mezelf de schuld geven.
In Haysi, eergisteren, had ik de hoogste top gehad. Let wel: de hoogste. Niet de steilste. Die komt nog.
Over een afstand van een kilometer of 20 had ik 3 uur gedaan. Een bergtop waar niemand woont, niemand komt; het was er donker, diepe dalen zonder vangrail en ik stelde me na elke speldenbocht voor dat ik nu toch echt een beer op de weg zou zien. Ik moest heel nodig plassen, maar dat ging ik hier niet doen.
Ik zat uitgeput op de stoep voor de convenience store toen een aantrekkelijke man op leeftijd met dik grijs haar, iets getinte huidskleur, bruine ogen zag ik later, voorbij liep en nonchalant zei: ‘Welcome to town’. Later kwam hij naar buiten en stelde zich voor als de burgemeester van Haysi. Burgemeester Larry Yates vertelde dat hij bij de geboorte van de TransAm in 1976 was. Zijn ouders hadden een pompstation ‘down the road’ en ‘we sat on the curb side to watch them coming ahuff’n an’apuff’n up that hill, or down, and cheer them on. My parents could never agree about whether our activities would attract customers or keep them away. Back then the bikers also came through town in the middle of the night, but that hardly happens anymore. Too many accidents.’
De laatste kilometer voor Rural Retreat waren lange kilometers. Het dorp ligt ten zuiden van Highway 11. Een andere wereld. Het is meer een streek dan een dorp of stad en doet zijn naam zeer eer aan. Het is een glooiend gebied tussen hoge bergtoppen; geen straten met een rij huizen, maar boerderijen, schuren, huizen en huisjes op afstand van elkaar. Kippen en ganzen lopen los rond; paarden, koeien en alpaca’s in weilanden; landbouwmachines op het erf of ordelijk in een hoek van het land.
De camping stond nergens aangegeven en navigatie was ermee opgehouden. Toen ik een uur en steeds wanhopiger had rondgefietst in de omgeving waar toch echt de camping zou moeten zijn, was ik op. Ik hield een pick-up aan en vroeg cynisch waar de camping was ‘… there is no campground here, is there?!’ Ik voelde me een personage uit de Blairwitch Project die een bestemming zoekt die niet bestaat al is het bezoek afgesproken. ‘Oh yeah, there is. It’s over that hill.’ Meneer wees in de richting waar ik vandaan kwam.’
’How many miles?’
’About five …, six …’
Het is niet wáár!
’It’s close to where I live. Let’s put your bike in the back.’
Donnie kende de camping en heeft me afgezet op de plek die voor tenten bestemd was.
In de regen heb ik de tent opgezet. Ik heb op een nat laken en een vochtig matje geslapen. Ik vond het niet eens erg. Hoort erbij.
Wat ik wel erg vond, was dat het een onverzorgde, vieze boel voor tentslapers was. Op de smerige wc heb ik niet geplast, maar in het nog viezere badhok wel gedoucht. Ik heb er wat van gezegd en krijg ik m’n geld terug. Dat wil zeggen: Yoka krijgt het geld, want terugstorten en buiten Amerika geld overmaken, dat kan niet.
Daarvoor zat ik op een mooie, ook te dure, camping in The Breaks, vlak over de grens met Illinois. Daar ontmoette ik Chase en Chris. Twee vrienden van een jaar of 25 die naar het westen fietsen. Chris hield tijdens het praten z’n hoofd scheef, beide wenkbrauwen opgetrokken, één oog half dicht, één mondhoek omhoog terwijl hij verlegen, verontschuldigend lachte. Hij herhaalde steeds de laatste woorden van Chase.
’We cycled out of Hayters Gap this morning. They let us sleep at the fire station.’
’Yeah, the fire station.’
’It was heavy climbing today. How was it for you?’
’Yeah, how was it?’
De volgende morgen zijn we zo’n beetje tegelijk vertrokken. Hun fietsen hadden voor en achter ‘panniers’ (fietstassen) en ze hadden beide een tent op de bagagedrager.
’You travel light’, zei Chase tegen mij. Ik heb geen fietstassen achterop. Chase had een camera om z’n nek en Chris had een muziekbox voorop.
’You seem like pros’, zei ik.
’Well, it’s heavy.’
’Yeah, heavy.’
Gistermiddag heb ik fijn gefietst. Een deel van de route ging over de oude weg tussen Wytheville en Roanoke naast de Interstates 77 en 81. Die enorme vrachtwagens! Een lawáái!! Ik weet dat het slecht voor het milieu is, maar ik heb genoten van de bedrijvigheid, de geluiden, vrachtwagens die elkaar inhalen en zó dicht op elkaar zitten, minuten lang, terwijl ze op een heuvel en een bocht afrijden. Nu moet het toch echt misgaan …
Een uur eerder in Wytheville kwam er een oude man met een mondkapje voor naar me toe en drukte me 5 dollar in de handen. ‘It’s not much, but it’s something.’ Ik was verbaasd, verrast, ietwat van m’n stuk. Direct daarna vertelde hij over zijn moeder die op 97-jarige leeftijd was overleden en hij ging nu voor de zoveelste keer naar het ziekenhuis, omdat er rond haar overlijden van alles fout was gegaan.
Zit nu in Radford op een bankje met Nick te praten. We logeren beide in het Super 8-hotel. Hij vertelt dat hij positief is en vraagt of hij een sigaret mag roken. Hij woont in Washington DC en wil in dit gebied wonen, want hier is groen en geen criminaliteit. Hij ruikt naar drank en is een gezellige gesprekspartner.
Hij loopt net weg, pakt een halfvolle fles wodka onder de bank vandaan en ik zie dat hij z’n peuken op de grond heeft gegooid, terwijl er naast mij een prullenbak staat.
Ik moet bijkomen. Bij-eten, bijslapen en uitrusten. En ik moest een was doen. Alles stonk, omdat m’n spullen al drie dagen vochtig zijn. Helaas heeft het hotel geen gelegenheid om was te doen. Wel aan de andere kant van de stad op Peppers Ferry Boulevard - 8 kilometer…
Ik heb vanmorgen naar het LaQuinta hotel gebeld; of ik het daar mocht doen. Hier zitten een paar motels en hotels vlak bij elkaar. Hun wasmachine deed het niet, vertelde Ashley. ‘I’m so sorry. There is a service in town, Peppers Ferry Boulevard …’ Ja-ja-ja.
Bij de Econo Lodge werd niet opgenomen. Met tegenzin had ik me verzoend met het idee dat het toch weer een fietsdag zou worden. Kon ik ook downtown bekijken. Radford was prachtig binnenfietsen gisternamiddag over de New River. Begon er bijna zin in te krijgen.
Met de riekende was verdeeld over vijf supermarktzakjes in de rugtas stapte ik om half twee, nu in een jurkje, op de fiets.
Net na de Econo Lodge was ook een Quality Inn. Toch even proberen.
Niemand achter de balie. Op ‘Helló-oh! Hellóóóóoh!’, geen reactie. Ik belde. Hoorde mijn telefoonoproep luid door de prachtige lobby, maar er kwam niemand op af. Na een paar minuten liep een man in werkkleding door de lobby. Ik vroeg of hij de manager was. ‘No’.
‘Would you know where the laundry facilities are?’
Hij maakte een beweging met z’n hoofd, ik moest volgen, en deed het washok voor me open.
Ik voelde me eerst onwennig, een beetje een indringer en liep een paar keer terug naar de balie om te kijken of er iemand was en dan eerlijk zeggen wat ik aan het doen was. Ik zat me af te vragen wat mijn nichtje, hotelmanager, van dit soort praktijken zou vinden.
Maar er was niemand bij de balie.
Ik schonk mezelf koffie in, ging op een comfortabel bankje zitten en heb de tijd benut om de route voor de komende dagen te bestuderen.
Toen er na een uur iemand in nette kleding voorbijliep, had ik geen enkele moeite hem vriendelijk te groeten met een: ja-ik-ben-hier-gast-heb-immers-gisteren-bij-u-ingecheckt.
Er wordt opgewonden en luid gepraat op het parkeerterrein. Hoewel Super 8-hotels (net) niet de atmosfeer hebben van de Amerikaanse motels in films als Monster, Made in America en U-turn, denk ik toch aan een mogelijke schietpartij en een aanstormend konvooi van zes politiewagens met gillende, steeds luider wordende sirenes die vlak achter elkaar met een enorme snelheid het terrein oprijden, waarna agenten met opgetrokken pistolen en roepend uit de auto springen, terwijl er een bloedend lichaam op de grond ligt.
Het is Nick. Hij zit op de betonnen rand van het bloemenperkje en is aan het bellen. Hij maakt heftige armbewegingen. De fles wodka is bijna leeg.
Ik ben een sok kwijt.

Hilarisch dit: We cycled out of Hayters Gap this morning. They let us sleep at the fire station.’
’Yeah, the fire station.’
’It was heavy climbing today. How was it for you?’
’Yeah, how was it?’
Ha, ha, ha.....geweldig!
Liefs,
Jannet